Ruimte voor de auto gaat hand in hand met schone lucht

Bereikbaarheid

“Dankzij innovatie wordt onze lucht schoner. Dat biedt ruimte om belemmeringen voor autoverkeer weg te nemen.”

De VVD Zuid-Holland staat voor een provincie waarin bereikbaarheid en een schone leefomgeving hand in hand gaan. Scherpere normen vanuit de Europese Unie op het gebied van emissie-eisen en innovatie vanuit de auto-industrie hebben ertoe geleid dat de uitstoot van nieuwe voertuigen aanzienlijk is verminderd. Dat biedt kansen. Fractievertegenwoordiger Herbert Zilverentant heeft daarom schriftelijke vragen opgesteld en met woordvoerder bereikbaarheid René van Hemert ingediend. Zilverentant: “Zuid-Holland moet vooruit. Als we meer en sneller kunnen rijden én de lucht schoner wordt, moeten we vaart maken.”

Beleid afstemmen op realiteit

Recent onderzoek van het CBS heeft aangetoond dat de uitstoot van vervuilende stoffen vorig jaar al lager lag dan de nationale limiet die vanaf 2030 geldt zoals vastgelegd in het nationale emissieakkoord. Dit biedt ruimte voor groene groei, die wat de VVD betreft benut moet worden. We hebben aan het college van Gedeputeerde Staten gevraagd welke gevolgen deze cijfers zullen hebben voor het provinciale beleid. Wij zouden graag zien dat belemmeringen voor automobilisten worden weggenomen zodra dat mogelijk is. Herbert Zilverentant: “Als we de afgesproken doelen behalen, is er geen meerwaarde om autoverkeer te limiteren. Dan kunnen maatregelen als snelheidsverlagingen en milieuzones mogelijk op bepaalde plekken van tafel.”

Inzetten op innovatie

Naast het wegnemen van belemmeringen pleit de VVD voor innovatie. Elektrische auto’s en vrachtwagens kunnen de uitstoot van schadelijke stoffen verder verminderen en extra groei mogelijk maken. Dit willen wij stimuleren met nieuwe laadinfrastructuur. Ook waterstoflogistiek, schone vrachtroutes en pilots met slimme infrastructuur kunnen een rol spelen bij innovatie. Herbert Zilverentant: “We moeten met volle kracht vooruit. Innovatie biedt extra kansen tot groei en betere bereikbaarheid.”

Ruimte voor Zuid-Holland

Tot slot roept de VVD Zuid-Holland op om te onderzoeken of er meer ruimte gemaakt kan worden voor wegverkeer, door wegen te verbreden en de doorstroming te verbeteren. De lagere uitstootcijfers bieden hiertoe wellicht mogelijkheden binnen nationale en Europese regelgeving. Ook hebben we aan Gedeputeerde Staten gevraagd of zij ons blijvend op de hoogte houden over de uitstootcijfers. Herbert Zilverentant besluit: “Onze inzet is en blijft erop gericht automobiliteit de plaats in het beleid te geven die het verdient.”

Lees hier onze schriftelijke vragen:

1. Hoe beoordeelt u de bevinding van het CBS dat de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen in 2024 al lager ligt dan het nationale emissieplafond dat vanaf 2030 geldt, en welke beleidsmatige consequenties ziet u hiervan voor het provinciaal mobiliteits- en luchtkwaliteitsbeleid?

2. Beschikt de provincie over specifieke data voor Zuid-Holland met betrekking tot de bijdrage van verkeer en vervoer aan NOₓ- en PM.-uitstoot, zoals opgenomen in de Emissieregistratie en in de monitoring van het Schone Lucht Akkoord? Zo ja, hoe verhouden deze cijfers zich tot de landelijke daling en de toekomstige plafonds? Bent u bereid, indien beschikbaar, om specifieke data voor Zuid-Holland met ons te delen?

3. Bent u voornemens de monitoring van mobiliteit gerelateerde emissies in Zuid-Holland te intensiveren, zodat beleidskeuzes beter kunnen worden afgestemd op feitelijke ontwikkelingen en niet onnodig beperkend werken voor bereikbaarheid van de automobilist?

4. In hoeverre ziet u, gegeven de reducties die reeds zijn gerealiseerd, ruimte om mobiliteit belemmerende maatregelen zoals snelheidsverlagingen vanwege luchtkwaliteit of restrictieve emissiezones te heroverwegen in Zuid-Holland?

5. Hoe borgt u dat toekomstige maatregelen ten aanzien van luchtkwaliteit proportioneel blijven en de bereikbaarheid van Zuid-Holland, voor inwoners die dagelijks de auto nodig hebben én voor het bedrijfsleven, niet onnodig belemmeren?

6. De provincie heeft zich in het Schone Lucht Akkoord verbonden aan de ambitie om in 2030 de WHO-advieswaarden van 2005 te halen en 50 % gezondheidswinst te realiseren. Welke concrete maatregelen op het gebied van mobiliteit zijn hiervoor voorzien, en welke daarvan acht u nog noodzakelijk gezien de gunstige uitstootontwikkelingen?

7. In hoeverre ziet u versnelling van de elektrificatie van het wagenpark (personenauto’s en vrachtverkeer) als kans om zowel luchtkwaliteit als bereikbaarheid te verbeteren, en hoe ondersteunt de provincie de uitrol van (snel)laadinfrastructuur langs provinciale wegen en bij logistieke knooppunten.

8. Ziet u aanvullende mogelijkheden om innovatie in mobiliteit (zoals waterstoflogistiek, schonere vrachtroutes of pilotprojecten voor slimme infrastructuur) te benutten op een manier die automobiliteit ondersteunt in plaats van beperkt?

9. Aangezien Europese emissienormen sterk hebben bijgedragen aan de daling van de uitstoot, hoe positioneert u zich richting Rijk en EU om toekomstige regelgeving en innovaties te koppelen aan versterking van bereikbaarheid, en niet aan verdere beperkingen voor de automobilist?

10. Welke ruimte ziet u binnen nationale en Europese kaders om Zuid-Hollandse projecten gericht op bereikbaarheid (zoals wegverbredingen, slimme logistieke oplossingen en verkeersdoorstroming) met vertrouwen door te zetten, juist nu blijkt dat de uitstootcijfers ruimte bieden?

11. Wat betekenen de CBS-cijfers concreet voor de investeringen van de provincie in betere bereikbaarheid, zoals verbreding van provinciale wegen, aanpak van knelpunten en investeringen in slimme mobiliteitsoplossingen die de automobilist ten goede komen?

12. Bent u bereid om Provinciale Staten periodiek te informeren over de stand van zaken rond emissies in relatie tot mobiliteit, inclusief een vergelijking met landelijke emissieplafonds en de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord, zodat beleid en besluitvorming gebaseerd blijven op actuele gegevens en automobiliteit de plaats krijgt die zij verdient?

13. Hoe waardeert u de investeringen die inwoners en bedrijven zelf doen in schonere voertuigen — van particulieren die overstappen op modernere auto’s tot transportbedrijven die hun wagenpark vernieuwen — en op welke manier kan de provincie deze positieve ontwikkeling verder ondersteunen in plaats van extra restricties op te leggen?